Voetbal is te plat. Een leidinggevende leert er niets van

Leiders leren niets van voetbal

 

 

 

 

 

 

 

 

Iedereen heeft een beeld van hoe een leidinggevende zijn werk moet doen. Vaak worden ze vergeleken met typische rollen binnen het voetballen. Ik vind dat een leidinggevende zoveel meer is. En soms is een voetbalrol ronduit schadelijk voor de effectieve leiding van een filiaal, afdeling of  kantoor.

De spits, het beste jongetje van de klas

De spits van een voetbalelftal scoort doelpunten. Daar is hij goed in. Het elftal wordt om hem heen opgesteld. Zodat hij nergens anders aan hoeft te denken. Hij hoeft alleen maar te scoren. En de mooie jongen te spelen. Dat mag hij. Niemand verwacht iets anders van hem.

Eén van mijn eerste chefs was voorheen de beste medewerker van de afdeling. De collega’s waren er volledig om hem te ondersteunen. Hij haalde de opdrachten binnen alsof het geen moeite kostte. Meer hoefde hij niet te doen. Zijn promotie tot afdelingschef mondde uit in een ramp. Hij wilde blijven scoren. Had geen oog voor de afdeling en vond zichzelf de belangrijkste van allemaal. Wij verwachtten anders van hem.

 

De aanvoerder, gladstrijker

De aanvoerder van een voetbalelftal is het visitekaartje van het team op het veld. Hij vertegenwoordigt het team. Zijn team. Moedigt de spelers aan om te blijven presteren. Relletjes, onenigheden en andere irritaties laat hij verdwijnen. Hij strijkt rimpels glad. Zorgt voor een goede verstandhouding. Kortom, iedereen respecteert hem. Op het veld.

Een collega leidinggevende runde eens een team dat naar hem luisterde. Hij was er altijd bij als de spanningen op de afdeling door de druk wat opliepen. Een gesprek hier. Een luisterend oor daar en af en toe een groepsgesprek waren genoeg om de goede vrede binnen de afdeling te houden. Maar  hij slaagde er niet in om de mensen die het beste met de afdeling voorhadden, binnen het team te houden.

 

De keeper houdt zijn doel schoon

Zijn doel houdt hij zo goed en zo vaak als mogelijk schoon. Geen bal mag erin. Immers, dat betekent dat het ander team scoort. En met tegendoelpunten win je moeilijk. Of niet. De keeper van een voetbalelftal heeft de taak om de foutjes van het elftal op het laatste moment nog net goed te maken. Er worden immers alleen de gemaakte doelpunten geregistreerd. Niet de tegengehouden ballen. Een belangrijke bezigheid. Maar o zo ondankbaar. En ondergewaardeerd.

In het begin van mijn carrière vond ik het vooral belangrijk om mijn afdeling zo schoon mogelijk te houden. Ja, ook wel de bureaus en de vloer. Maar dat bedoel ik hier niet. Ik vond het belangrijk om geen steekjes te laten vallen. Om de fouten van het team zelf op te knappen. Niet morren. Gewoon doen. Daar ben je baas voor. Dacht ik. Maar het resultaat was dat ik vond dat ik ondankbaar werk verrichtte en dat niemand het waardeerde. Iedereen vond het normaal en ging ervan uit dat ik het deed.

 

Kan je binnen de voetbalwereld dan niemand als model nemen?

Vast wel. Maar niet als je als leidinggevende inspiratie en leermomenten zoekt. Hoewel voetbal vele lagen heeft, zal het nooit de complexiteit van het leiden van mensen benaderen. Geen één rol binnen deze wereld is afdoende. Ook niet die van trainer.

 

Langs de lijn

Het enige verschil tussen de trainer van een voetbalelftal en de manager van een team op kantoor is de temperatuur van de werkomgeving. Langs de lijn is het koud. Soms regent het zelfs. Op kantoor is het behaaglijk. En de koffie is nooit ver weg.

Mijn vorige baas runde onze afdeling alsof het een voetbalelftal was: vanaf de lijn. Af en toe iets de afdeling inschreeuwend. Nooit meedoen. En als het niet ging zoals hij het wilde (en dat was al snel) moesten we in zijn kantoor zijn woedeaanvallen doorstaan. Alsof wij voetballers waren die tijdens rust in de kleedkamer de laatste instructies kregen. Maar dan zonder de peptalk.

 

Leave a Reply